GESCHIEDENIS      

      TERUG

De oprichting (1932 - 1945)

Sinds haar oprichting in 1924 verzorgde fanfare Crescendo ieder jaar enkele eenakters. In 1932 besluiten enkele opgroeiende knapen onafhankelijk van de fanfare een toneelspel op te voeren. Zij noemen zich "De Jonge Garde". Zo is het begonnen, kort na het zelfstandig worden van de parochie Milsbeek. De eerste herder, pastoor Hoefnagels, steekt zijn toneelenthousiasme niet onder stoelen of banken. Hij weet een groepje patronaatsjongens te begeesteren om het toneelspel "Voetbal-Henkie" in oefening te nemen. Het oude patronaatsgebouw in de kerktuin wordt de plaats van handeling. Toen, in november 1932, is het Milsbeekse toneelgezelschap feitelijk begonnen met zijn aanloop naar de latere "toneelvereniging Milsbeek", het tegenwoordige "Ontspanning Na Arbeid". De namen van de eerste enthousiastelingen zijn: F. Derks, Th. Emons, J. v.d. Hoogen, W. Janssen, W. de Ruijter, L. Theunissen, L. Kerkhoff en Th. Peters. Door de jaren heen heeft de vereniging voor- en tegenspoed gekend en zijn mooie plannen gelukt en gesneuveld.

In het begin worden door "toneelvereniging Milsbeek" toneelstukken zonder kostuums ten tonele gebracht. Coulissen worden door het kerkbestuur ter beschikking gesteld. De eerste stukken zijn gegrepen uit het harde, dagelijkse leven. Als, ondanks de hoge kosten van kledinghuur, de overgang wordt gemaakt naar de gekostumeerde spelen, maken deze veel indruk. In die beginjaren gaat geen zee de toneelspelers te hoog om het uitbeeldingseffect zo natuurgetrouw mogelijk te maken. Zo worden voor het in de woestijn spelende "In 't gloeiende zand" drie karrenvrachten geel zand aangevoerd. Dit moet door de spelers tijdens het spel op het toneel gespit worden, maar moet na het tweede bedrijf van het toneel af. Dat veroorzaakt veel zwaar werk achter de coulissen en een langdurige pauze in de zaal. En dan komt de oorlog. In de eerste bezettingsjaren laat het Milsbeekse toneel nog wel eens van zich horen, maar het is een zeer moeilijke tijd. De coulissen gaan in de oorlog verloren. Als na de oorlog het dagelijkse leven weer een gewoon ritme herneemt, komt ook het ontspanningsleven weer snel op gang. Ook het toneelspel herleeft. Middels een prijsvraag krijgt de vereniging de naam Ontspanning Na Arbeid, oftewel O.N.A. aangemeten. Zo gaat het Milsbeekse toneelleven op weg naar zijn successen in op- en neergang. 

Van patronaat naar gemeenschapshuis (1945 - 1968)

Nadat de vereniging in 1945 feitelijk een hechte grondslag heeft verkregen, is ook begonnen met het notuleren van vergaderingen en het vastleggen van jaarverslagen. Mede hierdoor weten we dat het ONA lang niet altijd heeft meegezeten. In 1954 komt bericht binnen dat de bisschop van Roermond het niet gewenst acht dat meisjes lid worden van een toneelvereniging. Dit terwijl er al geregeld enkele dames meespelen in de uitvoeringen van ONA. En vanaf de zomer van datzelfde jaar is het patronaatszaaltje in gebruik als noodschool, zodat er geen toneeluitvoeringen gehouden kunnen worden. Onder voorwaarde dat ONA zelf  het afbreken en de opbouw van het interieur van de noodschool regelt, is in januari 1955 toch gespeeld. Nadien wordt gerepeteerd in de meubelwerkplaats van Th. Emons. 

In november 1957 wordt behoorlijk feestgevierd in verband met het 25-jarig bestaan. Omdat ONA voor de revue "Confetti" niet voldoende spelers heeft, wordt een wervingsactie gehouden, waarna het ledental op 21 komt. Door problemen moeten de uitvoeringen van de revue (oorspronkelijk op 3 november, de oprichtingsdatum, gepland) tot twee keer toe uitgesteld worden, waarna de uitvoering ook nog eens geen succes blijkt te zijn. Vermeldenswaard is dat ook zustergezelschappen als Matigheid en Genoegen uit Gennep, Kruutwis uit Heijen, Fenix uit Molenhoek de receptie bezoeken, die helaas niet allemaal meer bestaan. De feestvreugde van het jubileum is nog nauwelijks bezonken, als in 1958 pastoor Versterren het drama "Morgenrood" ongeschikt voor de Milsbeekse parochie verklaart. Na veel rumoer voert ONA het drama op in Middelaar, waarheen voor die gelegenheid een extra bustocht vanaf Milsbeek geregeld wordt. Ook Heijen en Ven-Zelderheide worden nog bezocht met dit stuk. Juist in deze moeilijke periode komt de televisie in opgang. 

In 1959 blijkt de animo voor amateurtoneel in de gehele regio te verminderen en menige toneelclub gaat in ruste. Als regisseur Th. Emons aangeeft het voor gezien te willen houden, lijkt de vereniging het water aan de lippen te staan. Op aandringen van de vereniging neemt G. Emons de regie van een nieuw stuk op zich. Later benadert de heer Brinkhuis uit Mook ONA, met de mededeling dat hij veel van toneel weet en graag bij ONA zou regisseren. Hoewel men hier blij mee is, blijkt al snel, dat Brinkhuis weinig klaar speelt, en hij wordt bedankt voor verdere diensten, nog voor er een uitvoering geweest is. G. Emons neemt de regie weer op zich. Het geringe spelersaantal en gebrek aan jonge aanwas lijkt ook op dat moment zelfs ONA parten te gaan spelen, wanneer een aantal nieuwelingen de vereniging komen versterken. Mede door hun enthousiasme en inbreng worden dat jaar drie toneelstukken (waarvan één eenakter) uitgevoerd. Hoewel aanvankelijk voor "De 4 jaargetijden" van Antoon Coolen is gekozen door de regisseur als eerste stuk voor dat jaar, blijken spelers zich daar niet voldoende voor te kunnen motiveren en wordt een ander stuk opgevoerd ("Het meisje van de Arnefjord").

ONA treedt ook dan al graag op verschillende plaatsen in het voetlicht. Zo wordt 1961 een opvoering gegeven voor de patiënten van Dekkerswald in Groesbeek. Een jaar later is met de zusterverenigingen uit Gennep en Middelaar een concours georganiseerd in Molenhoek. En om niet vast te roesten in de eigen speelwijze en om van elkaars spel te genieten, zijn er contacten met de zusterverenigingen uit Heijen, Gennep, Lithoijen en Afferden. Ook met Mook, Middelaar en Grave hebben de Milsbeekse toneelspelers dan goede kontakten. 

In 1962 onderneemt men een eerste poging om het stuk "Drie vrouwen om één" in te studeren. Wanneer de rolverdeling daarvoor niet blijkt rond te komen, stapt men over op "Een dode klaagt aan". In deze periode overkomt het de vereniging nog al eens, dat een stuk wegens te weinig spelers moet worden vervangen door een ander stuk.

Het Milsbeekse patronaatszaaltje blijkt begin jaren zestig steeds minder geschikt voor de aspiraties van de toneelvereniging. De spelers moeten vaak zelf schrobben, kleedkamertjes bouwen en hout meebrengen om de kachel te stoken. Om de werkzaamheden rond de opvoeringen beter te regelen wordt in de loop van 1963 de vereniging in groepen ingedeeld, waaronder de technische groep. Toch is het allemaal niet ideaal en daar lijdt de motivatie van de leden erg onder. Omdat de leden niet vooruit te branden lijken, treedt in datzelfde jaar het gehele bestuur af. De dreiging dat ONA ter ziele kan gaan, blijkt voldoende om iedereen wakker te schudden. Na ruim 30 jaar wordt in 1964 voor het laatst in het patronaat gespeeld, dat echt niet meer geschikt is. De vereniging organiseert van alles om de leden bij elkaar te houden in afwachting van de te verwachten nieuwe accommodatie: een Gemeenschapshuis.  

Nieuw begin in het gemeenschapshuis (1968 - 1983)

In 1968 gaan de deuren van het nieuwe gemeenschapshuis, Trefpunt '68, eindelijk open. Na de lange rustperiode is het weer mogelijk geworden om in Milsbeek voor het voetlicht te treden. Mede dankzij een fancy-fair en giften van meerdere zijden kan ONA coulissen en andere benodigdheden aanschaffen. De Culturele Raad Limburg doneert middels haar afgevaardigde de heer J.L. van Hasselt de anders onbetaalbare toneelgordijnen. Ook het logo dat ONA sindsdien draagt, is door de Culturele Raad Limburg ontworpen en geschonken. Inmiddels heeft voorzitter en regisseur Gerrit Derks een regisseur uit Nijmegen bereid gevonden om naar Milsbeek te komen: Frans Koopman. Het eerste stuk onder leiding van deze makelaar met een passie voor toneel wordt in 1970 uitgevoerd: "Drie vrouwen om één". Dat stuk ligt dan reeds jaren in de ijskast van ONA (tot drie keer toe is men eraan begonnen geweest) vanwege moeilijkheden met onder andere de rolverdeling. Hoewel het voor de spelers even wennen is, blijkt de invloed van Koopman zeer positief voor zowel spelers als publiek. De animo en het enthousiasme is weer volledig terug, en nieuwe leden melden zich aan. De nieuwe regisseur wil graag "Het witte paard" als tweede stuk opvoeren, maar wegens spelersgebrek (16 nodig!) wordt gekozen voor "De woeste hoogte". Ook 1973 kent weer teleurstellingen, als de geplande kinderoperette niet door kan gaan. In lustrumjaar 1977 wordt "Im Weissen Rössl" ("Het witte paard") als openluchtspel opgevoerd tijdens de pinksterdagen. Het Schuttersplein is daarbij tot toneelpiste omgetoverd. Voor het toneelspel "Rebecca" dat men in 1978 wil opvoeren, blijkt wederom het spelersaantal te gering, een vaak terugkerend probleem bij de vereniging in die tijd. In 1979 worden lijf en leden van de technische commissie voor het eerst W.A. verzekerd. Wanneer in dat jaar de dag voor een uitvoering van "De herbergierster" Theo Aangenent zijn stem kwijt is, biedt Ad Verhagen aan de rol in één dag in te studeren, hetgeen wonderwel gelukte. Bij het parochiefeest in 1980 doet ONA een duit in het zakje met een tentoonstelling van Toen en Nu. "Zwart Schaap Witte Lammetjes" wordt in 1980 maar liefst zeven maal opgevoerd: drie avonden in Milsbeek en elk één avond in Well, Wijchen, Gennep en Groesbeek. In 1981 begint ONA met een jeugdgroep van 10 leden. Deze jeugdgroep scoort meteen hoog bij de beoordeling van de provinciale jury die bij de uitvoering van "Kermisvolk op Kerstmis" aanwezig is.

Als eerste stuk voor 1982 had men "Schakels" van Heyermans op het oog, maar het spelersaantal noopte weer tot een aanpassing. Het 50-jarig jubileum wordt in 1982 groots gevierd met onder andere een hoogmis, een receptie, een tentoonstelling en vijf opvoeringen van het jubileumstuk "Fanfarella" van Jan Naaykens. Tevens is bij die gelegenheid een boekwerk uitgegeven, dat ten grondslag ligt aan deze geschiedschrijving tot dus ver. Gerrit Derks, lid sinds 1939, besluit om bij deze mijlpaal na bijna 27 jaar de voorzittershamer door te geven. Voor zijn tomeloze inzet en verdiensten benoemt ONA hem op 24 mei 1983 tot erevoorzitter. Ook krijgen Gerrit Derks en Jan van den Hoogen (medeoprichter en 50 jaar lid) namens de LFA de Gouden Rederijkersspeld uitgereikt. Jan van den Hoogen wordt tot erelid van ONA benoemd. 

Van Gouden Jubileum tot Eeuwwisseling (1983 - 2000)

Sinds de opkomst van de televisie is amateurtoneel minder populair geworden en zijn de eisen die door het publiek gesteld worden hoger geworden. Om daaraan tegemoet te kunnen komen, zijn investeringen door de verenigingen nodig, en daar blijkt onvoldoende geld voor te zijn. Om die reden wordt er in 1983 gekeken naar de mogelijkheid om gezamenlijk met gemeente Gennep, Matigheid en Genoegen en Kunst na Arbeid uit Gennep een technische toneelinstallatie (licht & geluid) aan te schaffen. Hoewel dat de verenigingen meer mogelijkheden zou bieden voor minder geld (per vereniging), blijkt het niet mogelijk om dat plan uit te voeren. 

Om geld voor de vereniging bij elkaar te krijgen heeft ONA jarenlang huis aan huis loten verkocht. De loterij daarvan vond de laatste jaren plaats tijdens het matinee (meestal 's woensdags) van de kermis. Het rondgaan met de loten was voor veel spelers geen favoriete hobby. Toen ONA samen met de veteranen het randgebeuren rond de pottenbakkersmarkt (later Keramisto) ging verzorgen en daarmee de kas kon spekken, werd de jaarlijkse loterij snel afgeschaft. 

Op 29 januari 1992 overlijdt beeldend kunstenaar Jan Koenen, die voor ONA altijd klaar stond. Hij schilderde nagenoeg alle mooie decors van ONA in de jaren daarvoor, en ONA heeft deze kunstwerken lang gekoesterd, zodat ze ook in de 21ste eeuw nog steeds op het toneel te bewonderen zijn.

In 1996 besluit Frans Koopman om te stoppen met regisseren. De vereniging bedankt hem voor zijn 27 jaren begeestering en inzet door hem een fotoboek over die jaren te geven. Ook wordt hij tot erelid benoemd. Een tijdperk is ten einde. Een nieuwe regisseur wordt aangetrokken. Deze, Jos Eggenkamp, heeft een eigen manier van werken en betrekt de hele zaal bij het toneelspel. Ook speelt hij zonder souffleur. Het toneelstuk wordt door het publiek als erg professioneel en modern ervaren en oogst veel succes. De samenwerking tussen regisseur en spelers loopt echter niet, dus wordt na één seizoen weer een andere regisseur gezocht. Op 23 maart 1997, verliest de vereniging onverwacht een lid van de technische ploeg, te weten Jan Lamers. Jan was jarenlang een vaste kracht in en gewaardeerd lid van de technische ploeg en zijn overlijden komt als een grote schok voor de vereniging.

De in 1997 nieuw gevonden regisseur, Eric Krabbenborg, zet hoog in door de souffleur definitief af te schaffen en te kiezen voor de klassieker "Harold en Maude". In Ven-Zelderheide is als vanouds een loterij na het toneelstuk, en veel toeschouwers ervaren dat als storend na zo'n professionele uitvoering. Om die reden wordt besloten, dat dat de laatste loterij na (of in de pauze van) een stuk moet zijn geweest, dit tot grote treurnis van de regisseur, want díe vond dat geweldig. De samenwerking tussen vereniging en regisseur blijkt succesvol en Eric blijft nog wat jaartjes bij ONA regisseren.

Om de drukte bij de entree te verminderen, worden sinds 1999 kaartjes in de voorverkoop aangeboden op een vast adres, te weten "De Joker".  

Het begin van een nieuw millennium (2000 - heden)

Het nieuwe millenium begint slecht voor O.N.A. als Wil Kitslaar besluit te stoppen met de vereniging. Wil is jarenlang bij O.N.A. een toonaangevend persoon geweest in bestuur en technische dienst. Ook heeft hij geruime tijd de posters en programmaboekjes ontworpen en gedrukt en zorgde hij voor het fotograferen van de uitvoeringen. Dat laatste wordt te laat beseft door de overgebleven bestuurs- en verenigingsleden, waardoor er van de eerste 3 jaren van het nieuwe millenium slechts weinig foto's van de vereniging zijn gemaakt en bewaard. Het ontwerpen van de posters en programmaboekjes wordt noodgedwongen overgenomen door de penningmeester, Gertwan Beelen.

Het jaar 2001 is voor ONA een zeer heftig jaar. Dat jaar krijgt ONA erg veel publiciteit rond de uitvoeringen van "Straat". Jules Deelder, die het stuk heeft vertaald, bezoekt een repetitie en geeft daarbij een kort interview aan de lokale zender Magic TV. De naam en persoon Deelder zorgen er mede voor dat alle uitvoeringen uitverkocht zijn. De gezondheid van erevoorzitter Gerrit Derks baart de vereniging al enige tijd zorgen, wanneer hij overlijdt op 18 maart 2001. Die dag is ook de laatste uitvoering van dat seizoen in Milsbeek, waardoor een enorme domper op het geheel komt. Hoewel Gerrit al geruime tijd niet meer actief was binnen de vereniging, is hij altijd een lichtend voorbeeld geweest, en altijd bereikbaar voor advies. In overleg met de familie, zowel in verband met de ernstige situatie rond de eerste uitvoeringen als na het overlijden, wordt toch gespeeld. 

Regisseur Eric Krabbenborg geeft medio 2002 te kennen bij ONA te willen stoppen. Omdat er aan het begin van het nieuwe seizoen nog geen regisseur is gevonden, zit de vereniging in een lastig parket. Om het 70-jarig bestaan niet zonder uitvoeringen voorbij te laten gaan, wordt besloten een gratis kindervoorstelling te geven. Deze moet bekostigd worden door sponsoren te zoeken. De spelers zijn desnoods bereid het stuk onder eigen regie in te studeren, iets wat sinds 1969 niet meer gedaan is. Uiteindelijk wordt Eric nog eenmalig bereid gevonden het stuk te regisseren, en hij draagt een stuk over Winnie de Poeh aan. In een poging om de kosten te drukken, wordt besloten te repeteren in het patronaat. De geschiedenis herhaalt zichzelf, want na enkele repetities blijkt dat weer niet praktisch, en ONA keert ook voor repetities weder in het Trefpunt. Ondanks het stormachtig begin van het seizoen wordt Winnie de Poeh een daverend succes. 

In april 2003 ontvangen Marinus Gerrits en Toon Vissers op verzoek van ONA een koninklijke onderscheiding voor hun jarenlange inzet. Bovendien worden ze benoemd tot ereleden van de vereniging. Verder komt in 2003 Jos Franken de technische dienst versterken. Dit blijkt een gouden greep, want hij weet met weinig middelen prachtige decoren te maken. Ook wordt rond die periode een nieuwe regisseur gevonden in de persoon van Antonia Smits. Zij zal twee seizoenen de regie in handen hebben. 

Op 5 september 2004 overlijdt oud-regisseur en erelid Frans Koopman op 89 jarige leeftijd. Hoewel het contact met hem op een laag pitje stond, is de oude garde van de vereniging door dit bericht aangeslagen. Koopman was een groot toneelliefhebber en een gedreven regisseur.

In januari 2005 neemt O.N.A. ook de figuurlijke stap in het nieuwe millennium door een eigen website te beginnen. Verder wordt in september het nieuwe seizoen begonnen met Emily van Eck als nieuwe regisseur.

De voorbereidingen voor het 75-jarig jubileum worden al in 2006 opgestart. Besloten wordt om een jubileumseizoen te houden, beginnend in 2007 en eindigend in 2008. Als grote finale van het jubileum wil O.N.A. in 2008 de Limburgse toneeldag van de LFA naar Milsbeek halen, iets wat ook al in 1980 is geprobeerd. Wat toen niet gelukte, lukt nu wel: de toneeldag komt naar Milsbeek. De receptie in november 2007 en het jubileumstuk De Spooktrein in maart 2008 worden beide druk bezocht. De toneeldag is minder succesvol, hoewel de organisatie staat als een huis. Helaas meldt zich slechts één vereniging van de LFA met een eenakter. Toneelvereniging Steeds Hoger uit Malden steekt de helpende hand toe door ook een eenakter op te voeren. Ook de bezoekersaantallen tijdens de toneeldag laten te wensen over, hoewel veel Limburgse verenigingen wel 's avonds bij de uitreikingen van de Limburgse toneelprijzen aanwezig zijn.

      TERUG